We boetseren
uit hagelwitte sneeuw
een ronde, robuuste held.
Met gedroogde bloemenogen
frisgroen loof als haren
en een steentjesmond
die minzaam niets vertelt.
We boetseren hem
met winterse vrolijkheid
maar hij weet zich bedrogen
en verre van een held
want wij zijn weg
en hij voelt zich verlaten
als straks al die witte schoonheid
tragisch tot bruine drab versmelt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten