In een schriftje met blauwe lijntjes en een dwarse rode schreef ze luttele woordjes die haar heel fijntjes meer inzicht boden in het verdriet dat zich bij het drogen van de inkt pas echt volop begrijpen liet.
Daar netjes tussen
het rechte blauw
en vanaf het rood
las ik in haperend zwart
wat ze niet zeggen wou
maar zeker weten mocht
na haar dood.